HR 17 maart 2009, ECLI:NL:HR:2009:BH0594
1. Bewijsklacht. 2. Kwalificatie “poging tot oplichting”. Ad 1. De klacht dat uit de gebezigde bewijsmiddelen niet kan worden afgeleid dat van de brandstichting levensgevaar voor een ander of anderen te duchten was i.d.z.v. art. 157 Sr, is terecht voorgesteld. Het levensgevaar moet t.t.v. de brandstichting naar algemene ervaringsregels voorzienbaar zijn geweest (HR LJN BG1653). I.c. kan niet zonder meer uit de bewijsmiddelen worden afgeleid dat zich t.t.v. de brandstichting in de (directe) omgeving van het sportcentrum personen bevonden. Ad 2. Het Hof heeft feit 2 ten onrechte gekwalificeerd als “poging tot oplichting”, nu de tll en de bewezenverklaring niet alle bestanddelen van art. 326 Sr bevatten.
De uitspraak op rechtspraak.nl