Conclusie A-G Hofstee 9 mei 2023, ECLI:NL:PHR:2023:473
Conclusie AG. OM-cassatie. Vervolgingsuitlevering aan Rwanda wegens verdenking betrokkenheid bij genocide in 1994. Middel keert zich tegen oordeel rechtbank dat uitlevering ontoelaatbaar is nu sprake is van dreigend risico op flagrante inbreuk van het recht op een eerlijk proces ex art. 6 EVRM en de opgeëiste persoon ter zake van die inbreuk geen effectief rechtsmiddel ex art. 13 EVRM ten dienste staat. Rechtbank heeft daartoe overwogen dat opgeëiste persoon een politiek opponent van het Rwandese regime is en er objectief gerechtvaardigde twijfels aan de rechterlijke onafhankelijkheid in Rwanda bestaan bij berechting van politieke opponenten. Oordeel rechtbank getuigt volgens AG niet van onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk of ontoereikend gemotiveerd. Conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 12 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:564
- Conclusie A-G Paridaens 15 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:237
- HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:65
- Conclusie A-G Paridaens 14 december 2021, ECLI:NL:PHR:2021:1174
- Hof Den Haag 4 mei 2021, ECLI:NL:GHDHA:2021:763
- HR 28 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:133
- Conclusie A-G Harteveld 17 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1341
- HR 30 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:2019
- HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463
- Hof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1924
- Hof Den Haag 5 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:1925
- HR 16 december 2014, ECLI:NL:HR:2014:3627
- Conclusie A-G Spronken 18 november 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2293
- HR 17 juni 2014, ECLI:NL:HR:2014:1441
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 17 januari 2012, ECLI:NL:XX:2012:BV9812
- HR 8 juli 2003, ECLI:NL:HR:2003:AE5288
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 7 juli 1989, ECLI:NL:XX:1989:AB9902