Conclusie A-G Hofstee 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:987
Conclusie AG. Onder meer poging tot doodslag. Met auto vanuit stilstand achteruit inrijden op agent en diens motorfiets. Het eerste middel houdt in dat het hof ten onrechte het p-v VerkeersOngevallenAnalyse als een deskundigenverslag a.b.i. art. 344 lid 1 sub 4 Sv in de bewijsvoering heeft betrokken. Volgens de AG gaat het middel van een verkeerde lezing van het arrest uit en heeft het hof het p-v kennelijk aangemerkt als een ‘ander geschrift’ a.b.i. art. 344 lid 1 sub 5 Sv. Ook het tweede middel, dat klaagt over het oordeel van het hof dat de verdachte i) met een ‘aanzienlijke’ snelheid achteruit is gereden en ii) (voorwaardelijk) opzet had op de dood van de agent, faalt. Het derde middel voert aan dat het hof bij de motivering van de strafoplegging in strijd met art. 359 lid 6 Sv ten onrechte als mogelijkheden heeft genoemd a) de deelname aan een penitentiair programma a.b.i. art. 4 Pbw en b) de deelname aan de v.i. regeling a.b.i. art. 6:2:10 Sv. De A-G houdt het ervoor dat deze 'standaardoverweging', die voor andere gevallen geldt, per abuis in het arrest is terechtgekomen. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 5 juli 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP8793
- HR 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP3851
- HR 12 januari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK8831
- HR 21 september 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZD1615
- HR 11 maart 1986, ECLI:NL:HR:1986:AC1904
- HR 25 januari 1977, ECLI:NL:HR:1977:AC5882
- Conclusie 16 oktober 1973, ECLI:NL:PHR:1973:AD7219
- HR 1 november 1966, ECLI:NL:HR:1966:AB3436