Art. 7 PM, Penitentiair programma
1. Indien de directeur het verantwoord acht dat een gedetineerde in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma doet hij een daartoe strekkende voordracht aan de selectiefunctionaris.
2. De directeur voegt bij zijn voordracht het advies van de reclassering, en het advies van het openbaar ministerie indien dit op grond van artikel 6:1:10 van het Wetboek van Strafvordering is uitgebracht.
3. De selectiefunctionaris betrekt in zijn beslissing de gedetineerde aan een penitentiair programma te laten deelnemen in ieder geval:
a. de aard, zwaarte en achtergronden van het gepleegde delict;
b. de mate van onzekerheid over de datum van invrijheidstelling;
c. de beschikbaarheid van een aanvaardbaar verblijfadres.
4. De selectiefunctionaris neemt zijn beslissing tot deelname aan een penitentiair programma slechts indien de gedetineerde zich bereid heeft verklaard tot deelname aan het programma en de in verband daarmee gestelde algemene en bijzondere voorwaarden.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3094
- Conclusie A-G Hofstee 1 november 2022, ECLI:NL:PHR:2022:987
- Rb. 's-Gravenhage 18 december 2008, ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7397
- Rb. Noord-Holland 16 oktober 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:10556
- Rb. Noord-Holland 20 april 2023, ECLI:NL:RBNHO:2023:3852
- Conclusie A-G Vellinga 3 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:1499