Conclusie A-G Hofstee 6 september 2022, ECLI:NL:PHR:2022:765
Conclusie AG. Voortgezette handeling medeplegen valsheid in geschrift en opzettelijk gebruikmaken van een vervalst geschrift. Het eerste middel betreft het oordeel van het hof over de relatieve bevoegdheid van de voormalige rechtbank Utrecht (in 2013 'opgegaan' in de rechtbank Midden-Nederland) mede in relatie tot de Wet herziening gerechtelijke kaart. Volgens de AG heeft het middel weliswaar een punt, maar kan de klacht niet tot cassatie leiden. De overige drie middelen gaan over (i) de afwijzing van het verzoek tot het horen van niet eerder gehoorde getuigen die niet belastend hebben verklaard, gedaan na het opnieuw aanvangen van het onderzoek ter terechtzitting, (ii) de afwijzing van het verzoek tot voeging van stukken uit een intern ING-onderzoek en (iii) de verwerping van een alternatief scenario resp. van het verweer betreffende de bewezenverklaarde pleegperiode. Deze drie middelen falen volgens de AG. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 28 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:900
- HR 8 februari 2022, ECLI:NL:HR:2022:147
- HR 28 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1399
- HR 20 april 2021, ECLI:NL:HR:2021:576
- HR 16 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:218
- Conclusie A-G Aben 7 april 2020, ECLI:NL:PHR:2020:337
- Rb. Midden-Nederland 29 april 2019, ECLI:NL:RBMNE:2019:2098
- HR 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:609
- HR 4 juli 2017, ECLI:NL:HR:2017:1015
- HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1496
- HR 5 maart 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ2952
- Conclusie A-G Aben 6 maart 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BU6094
- Hof 's-Gravenhage 29 september 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN8609
- HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359
- HR 3 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BK1798
- HR 30 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI4030
- HR 16 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1430
- HR 18 november 2008, ECLI:NL:HR:2008:BF3297
- HR 8 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC5966