Hof 's-Gravenhage 29 september 2010, ECLI:NL:GHSGR:2010:BN8609

De (relatieve) bevoegdheid van de rechter dient te worden beoordeeld naar het tijdstip waarop een zaak ter terechtzitting aanhangig is gemaakt. In aansluiting op het door artikel 2 van het Wetboek van Strafvordering gewaarborgde wettelijk systeem om voortdurende bewegingen van strafzaken te voorkomen, overweegt het hof dat als een gerecht bij aanvang van het rechtsgeding bevoegd is van een zaak kennis te nemen, het ook gedurende het gehele rechtsgeding bevoegd blijft. Nu ten tijde van het aanhangig maken van de strafzaak tegen verdachte in hoger beroep het hof ’s-Gravenhage, zitting houdende te ’s-Hertogenbosch, bevoegd was, heeft te gelden dat dit hof, zittinghoudende te ’s-Hertogenbosch, deze bevoegdheid behoudt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen