Conclusie A-G Hofstee 29 maart 2022, ECLI:NL:PHR:2022:303
Conclusie AG. Het eerste middel bevat falende (bewijs)klachten gericht tegen het bewezenverklaarde witwassen en in het bijzonder betreffende het onderdeel ‘afkomstig uit enig misdrijf’. Het middel klaagt verder tevergeefs over de motivering van de afwijzing van voorwaardelijke getuigenverzoeken. Het tweede middel is gericht tegen de bewezenverklaarde opzettelijke overtreding van de verplichting tot het doen van aangifte bij de douane van het vervoeren van een contant geldbedrag van meer dan € 10.000,- als bedoeld in art. 10:1 lid 4 en 5 (oud) Algemene douanewet in verbinding met art. 3, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1889/2005. Het middel berust op een verkeerde, (veel) te strikte, uitleg van het begrip ‘natuurlijke persoon die de Gemeenschap verlaat’ in art. 3, eerste lid, Verordening (EG) nr. 1889/2005 en kan ook overigens niet slagen. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Keulen 8 februari 2022, ECLI:NL:PHR:2022:122
- HR 8 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:828
- HR 18 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:738
- HR 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:682
- HR 11 mei 2021, ECLI:NL:HR:2021:691
- HR 16 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:377
- HR 2 maart 2021, ECLI:NL:HR:2021:310
- HR 2 februari 2021, ECLI:NL:HR:2021:156
- HR 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:287
- HR 14 januari 2020, ECLI:NL:HR:2020:36
- HR 9 juli 2019, ECLI:NL:HR:2019:1137
- HR 23 april 2019, ECLI:NL:HR:2019:668
- Conclusie A-G Keulen 2 april 2019, ECLI:NL:PHR:2019:751
- HR 18 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2352
- HR 1 juli 2014, ECLI:NL:HR:2014:1587
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2017:341
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2018:357