Art. 3, Aangifteplicht
1. Iedere natuurlijke persoon die de Gemeenschap binnenkomt of verlaat, en liquide middelen ten bedrage van EUR 10 000 of meer vervoert, moet dat bedrag overeenkomstig deze verordening aangeven bij de bevoegde autoriteiten van de lidstaat via welke deze middelen de Gemeenschap binnenkomen of verlaten. Er is niet aan de aangifteplicht voldaan indien de verstrekte gegevens onjuist of onvolledig zijn.
2. De in lid 1 bedoelde aangifte dient de nodige gegevens te bevatten omtrent:
a) de aangever, met inbegrip van volledige naam, geboorteplaats en -datum en nationaliteit;
b) de eigenaar van de liquide middelen;
c) de beoogde ontvanger van de liquide middelen;
d) bedrag en aard van de liquide middelen;
e) herkomst en beoogd gebruik van de liquide middelen;
f) de transportroute;
g) het vervoermiddel.
3. De gegevens worden schriftelijk, mondeling of elektronisch verstrekt, als bepaald door de lidstaat bedoeld in lid 1. De declarant heeft evenwel het recht de gegevens schriftelijk te verstrekken. Indien een schriftelijke aangifte is ingediend, wordt aan de aangever op diens verzoek een gewaarmerkt afschrift ter hand gesteld.