Conclusie A-G Bleichrodt 13 oktober 2020, ECLI:NL:PHR:2020:927
Vordering tot cassatie in het belang der wet inzake het biometrisch ontgrendelen van een smartphone van de verdachte tegen zijn wil. In de vordering komen het huidige juridisch kader, voorstellen tot toekomstige regelgeving en de verenigbaarheid van de niet vrijwillige biometrische ontgrendeling met het ‘nemo tenetur’-beginsel, zoals uitgelegd in de rechtspraak van het EHRM en de Hoge Raad, aan de orde. Middelen over (1) de wettelijke grondslag voor de niet vrijwillige biometrische ontgrendeling en (2) de verenigbaarheid ervan met het ‘nemo tenetur’-beginsel. De AG komt tot de slotsom dat het oordeel van de rechtbank Noord-Holland dat het samenstel van de wettelijke bepalingen die betrekking hebben op de inbeslagneming van voorwerpen een toereikende wettelijke grondslag biedt voor de ontgrendeling en dat die ontgrendeling niet in strijd is met het ‘nemo tenetur’- beginsel niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigt.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 17 december 2019, ECLI:NL:HR:2019:1966
- Rb. Noord-Holland 28 februari 2019, ECLI:NL:RBNHO:2019:1568
- HR 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:612
- HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:584
- HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:592
- HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3354
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1117
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1129
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1130
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1137
- HR 24 april 2015, ECLI:NL:HR:2015:1141
- HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ3640
- HR 16 november 2012, ECLI:NL:HR:2012:BY3272
- HR 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6350
- HR 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0666
- HR 21 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BA8179
- HR 19 september 2006, ECLI:NL:HR:2006:AV1141
- HR 7 september 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5819
- Europees Hof voor de Rechten van de Mens 3 mei 2001, ECLI:NL:XX:2001:AN6999
- HR 21 oktober 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0834