Conclusie A-G Spronken 29 september 2020, ECLI:NL:PHR:2020:854
Conclusie AG. Complexe faillissementsfraude waarbij is vastgesteld dat verdachte als bestuurder van zijn BV een sterfhuisconstructie heeft opgezet en uitgevoerd. Veroordelingen wegens feitelijk leiding geven aan meerdere vormen van bedrieglijke bankbreuk, doen van onjuiste belastingaangifte en tezamen en in vereniging doen opnemen van valse opgave in een notariële akte. AG bespreekt onder meer (i) terechte klacht dat de bewezenverklaring van een onttrekking aan de boedel van vorderingen van totaal € 1.929.240 ontoereikend is gemotiveerd, omdat de bewoordingen van zowel tenlastelegging als bewezenverklaring uitgaan van andere vorderingen dan de vordering waar het hof blijkens zijn bewijsoverwegingen oog op heeft gehad, (ii) de vraag of voor verdichten van een last ex art. 341 (oud) Sr sprake moet zijn van een aangegane last van de gefailleerde rechtspersoon zelf en (iii) terechte klacht dat uit de bewijsvoering niet kan worden opgemaakt waarin de onjuistheid van de belastingaangifte omzetbelasting is gelegen. De conclusie strekt tot partiële vernietiging. Samenhang met 19/02222 (niet gepubl.) en 19/02223.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Spronken 14 januari 2020, ECLI:NL:PHR:2020:16
- Conclusie A-G Aben 10 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1279
- Conclusie A-G Hofstee 3 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1227
- HR 4 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2226
- Conclusie A-G Bleichrodt 30 oktober 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1207
- HR 17 april 2018, ECLI:NL:HR:2018:606
- HR 20 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:389
- Conclusie A-G Keulen 6 maart 2018, ECLI:NL:PHR:2018:348
- HR 17 september 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9992
- HR 7 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY2694
- HR 28 augustus 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX3864
- HR 11 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4460
- HR 7 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7118
- HR 5 juli 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT5727
- HR 3 juli 2001, ECLI:NL:HR:2001:ZD2788