HR 7 maart 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU7118

Grondslagverlating? Tenlastelegging inleidende dagvaarding: 1. medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving; 2. medeplegen bedreiging. Na wijziging tenlastelegging in eerste aanleg: 1. primair: medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving, 1. subsidiair: medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving. OvJ in requisitoir: “voorzover ten laste is gelegd wederrechtelijke vrijheidsberoving en bedreiging, is sprake van eendaadse samenloop (…). Ik heb beide feiten opgenomen (…)”. Bewezenverklaring in appèl: medeplegen van medeplichtigheid aan medeplegen van bedreiging. Het hof heeft de gewijzigde tenlastelegging aldus verstaan, dat daarin aan verdachte wordt verweten dat hij medeplichtig is geweest niet alleen aan vrijheidsberoving, maar ook aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht. Die uitleg is met de bewoordingen van die tenlastelegging niet onverenigbaar en moet in cassatie worden geëerbiedigd. Van die uitleg uitgaande heeft het hof bij de bewezenverklaring de grondslag van de tenlastelegging niet verlaten. Aan e.e.a. doet niet af dat de OvJ het oorspronkelijk onder 2 tenlastegelegde feit (medeplegen bedreiging) heeft laten vervallen. Het hof heeft niet onbegrijpelijk geoordeeld dat de OvJ niet het verwijt van medeplichtigheid aan die bedreiging in het onder 1 primair en subsidiair tenlastegelegde terzijde heeft willen stellen. Het hof heeft voorts geoordeeld dat zulks ook voor de verdediging duidelijk moet zijn geweest. Dat oordeel is evenmin onbegrijpelijk, mede in aanmerking genomen dat het pv van de terechtzitting in eerste aanleg inhoudt dat de raadsman aldaar heeft aangevoerd: “Met betrekking tot feit 1 is er sprake van eendaadse samenloop”.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen