HR 11 maart 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC4460

Verzoek horen getuige. In de pleitnota wordt het Hof (voorwaardelijk) verzocht zijn beslissing, dat het horen van getuige X niet noodzakelijk is, te heroverwegen. HR: De door de raadsman genoemde voorwaarde waaronder het verzoek "te bepalen dat X in het belang van de waarheidsvinding en de verdediging wordt gehoord" is gedaan is vervuld. Noch het p-v van de tz. in hoger beroep van 17-5-2006 noch het bestreden arrest houdt een beslissing van het Hof in over het door de raadsman gedane verzoek. In aanmerking genomen evenwel a) dat het Hof ttz. van 12-4-2006 het verzoek tot het oproepen van X als getuige met toepassing van de juiste maatstaf heeft afgewezen op de grond dat door de verdediging "in het geheel niet nader en concreet [is] aangegeven in welk opzicht deze getuige zou kunnen verklaren over de zaak waarvoor de verdachte in NL wordt vervolgd", b) dat de raadsman ttz. van 17-5-2006 heeft gepersisteerd bij genoemd verzoek, terwijl ter ondersteuning daarvan geen beroep is gedaan op f&o die niet reeds bekend waren t.t.v. de afwijzing van het 1e verzoek ttz. van 12-4-2006, terwijl evenmin - in weerwil van hetgeen het Hof aan de afwijzing van dat verzoek ten grondslag heeft gelegd - is aangevoerd in welk opzicht de getuige zou kunnen verklaren over de strafzaak tegen verdachte, en c) dat 's Hofs tussenbeslissing van 12-4-2006, waarop de bestreden uitspraak mede steunt, ook in cassatie niet wordt bestreden, heeft verdachte geen in rechte te respecteren belang bij de klacht dat het Hof niet uitdrukkelijk heeft beslist omtrent het 2e verzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen