Conclusie A-G Aben 26 mei 2020, ECLI:NL:PHR:2020:521
Conclusie AG. Profijtontneming. Had hof cfm. in h.b. gevoerd verweer rekening moeten houden met verbeurdverklaring (v.v.) van een bedrag van € 300.490,- in de hoofdzaak van de medeverdachte? CAG stelt e.e.a. voorop m.b.t. reparatoire aard van de ontnemingsmaatregel. Het bedrag is i.c. niet ex art. 33a.1.a Sr v.v. in de strafzaak van betrokkene, waardoor de jurisprudentie inzake het in mindering brengen daarvan op de betalingsverplichting aan de staat niet van toepassing is. Voornoemde aard zou dan leidend moeten zijn, terwijl niet tweemaal wordt ontnomen. Ook zou omstandigheid dat v.v. in een zaak van een medeverdachte heeft plaatsgevonden onder de hier vastgestelde f&o van ondergeschikt belang moeten zijn. I.c. volgt vaststelling dat de betrokkene een vordering heeft op die medeverdachte niet z.m. uit ’s hofs vaststellingen. Conclusie strekt tot vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 18 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:279
- HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1479
- HR 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:44
- HR 15 januari 2019, ECLI:NL:HR:2019:45
- Conclusie A-G Aben 20 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1306
- Conclusie A-G Aben 20 november 2018, ECLI:NL:PHR:2018:1451
- HR 25 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1768
- HR 30 mei 2017, ECLI:NL:HR:2017:1033
- HR 4 april 2017, ECLI:NL:HR:2017:587
- Conclusie A-G Bleichrodt 4 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:403
- HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:429
- HR 14 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:433
- HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:874
- HR 24 november 2015, ECLI:NL:HR:2015:3364
- HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3721
- HR 1 juli 1997, ECLI:NL:HR:1997:AB7714