HR 1 oktober 2019, ECLI:NL:HR:2019:1479
Profijtontneming, w.v.v. uit invoer van cocaïne en gewoontewitwassen van grote geldbedragen. Methode van eenvoudige kasopstelling. Hof heeft verzuimd in strafzaak verbeurdverklaard geldbedrag van € 2.127.117,70 in mindering te brengen op opgelegde betalingsverplichting, art. 33a.1.a Sr. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL: HR:2016:874 m.b.t. verbeurdverklaring en ontneming van w.v.v. Hof heeft in hoofdzaak kennelijk als zijn oordeel tot uitdrukking willen brengen dat geldbedrag opbrengst is van een of meer strafbare feiten en toebehoort aan betrokkene a.b.i. art. 33a.1.a Sr. In ontnemingszaak heeft Hof vervolgens geoordeeld dat het geen aanleiding ziet verbeurdverklaard geldbedrag in mindering te brengen op aan betrokkene op te leggen betalingsverplichting en dat in “de executiefase (...) hiermee rekening gehouden [kan] worden”. Het heeft daartoe overwogen dat “ten tijde van het wijzen van het arrest van dit hof niet vaststond dat het in conservatoir beslag genomen geldbedrag daadwerkelijk ten laste van de veroordeelde in mindering gebracht zal kunnen worden op het totaal waarop zijn betalingsverplichting ziet”. In aanmerking genomen hetgeen hiervoor is vooropgesteld, had Hof dit bedrag echter in mindering moeten brengen op aan betrokkene opgelegde betalingsverplichting. HR doet zaak zelf af door betalingsverplichting te verminderen met verbeurdverklaard geldbedrag. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:117 (strafzaak).
De uitspraak op rechtspraak.nl