HR 30 november 2004, ECLI:NL:HR:2004:AR3721
Profijtontneming t.z.v. aan de dief ontstolen buit. De wetgever heeft de rechter een grote vrijheid willen laten bij het bepalen van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel. Ook gelet op het reparatoire karakter van de maatregel moet worden uitgegaan van het voordeel dat de veroordeelde in de concrete omstandigheden van het geval daadwerkelijk heeft behaald. 's Hofs kennelijke oordeel dat door betrokkene op het moment van voltooiing van het te zijnen laste bewezenverklaarde delict wederrechtelijk voordeel heeft verkregen en dat daaraan niet kan afdoen dat zijn buit later zou zijn ontvreemd, is onjuist noch onbegrijpelijk. Ook 's Hofs schatting van dit voordeel aan de hand van hetgeen betrokkenes buit bij verkoop in het illegale circuit minimaal zou hebben opgebracht, is onjuist noch onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl