HR 17 mei 2016, ECLI:NL:HR:2016:874
Profijtontneming, art. 33a.1.1 en art. 36e.5 Sr. Uit de wetsgeschiedenis bij de Wet tot verruiming mogelijkheden voordeelontneming volgt dat ook door v.v. van voorwerpen die kunnen worden aangemerkt als opbrengst van een strafbaar feit, kan worden bereikt dat aan veroordeelde w.v.v. wordt ontnomen. Mede gelet daarop is i.h.a. onjuist ’s Hofs oordeel dat het onder betrokkene inbeslaggenomen en in zijn strafzaak verbeurdverklaarde geldbedrag van € 5.020,- niet in mindering moet worden gebracht op de aan betrokkene op te leggen betalingsverplichting. De bestreden beslissing is daarom ontoereikend gemotiveerd. CAG: anders.
De uitspraak op rechtspraak.nl