Conclusie A-G Harteveld 1 oktober 2019, ECLI:NL:PHR:2019:951
Conclusie AG. Poging tot doodslag door met een mes in de borsttreek te steken, art. 287 Sr. Middelen m.b.t. vaststellingen hof inzake een getuigenverklaring, vordering b.p. en schending inzendtermijn. De AG gaat naar aanleiding van een voorwaardelijk verzoek om op grond van het per 1 juni 2019 in werking getreden 16e Protocol prejudicieel advies (‘advisory opinion’) bij het EHRM in te winnen, in op de vraag of i.h.l.v. art. 6 en 13 EVRM gezegd kan worden dat een verdachte onvoldoende belang heeft bij een klacht over de overschrijding van de redelijke termijn. Daarbij wordt stilgestaan bij de achtergrond van de prejudiciële adviesprocedure en de betekenis hiervan voor de cassatierechtspraak. De AG ziet geen aanleiding om het EHRM om advies te vragen en adviseert gezien art. 80a RO het cassatieberoep niet-ontvankelijk te verklaren.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Langemeijer en Wissink 13 september 2019, ECLI:NL:PHR:2019:887
- HR 28 mei 2019, ECLI:NL:HR:2019:793
- HR 2 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2041
- HR 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1872
- HR 7 juni 2016, ECLI:NL:HR:2016:1005
- HR 12 april 2016, ECLI:NL:HR:2016:625
- HR 3 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:96
- HR 4 maart 2014, ECLI:NL:HR:2014:479
- HR 11 september 2012, ECLI:NL:HR:2012:BX0146
- HR 29 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW1519