HR 9 oktober 2018, ECLI:NL:HR:2018:1872

Rijden in bestelbus met Bulgaars kenteken terwijl verdachte (Kroatische nationaliteit) wist of redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Verkeerscontrole i.h.k.v. project “Moelander” onrechtmatig? Art. 160.1 en 160.4 WVW 1994. HR herhaalt relevante overwegingen uit NJ 1958/351 m.b.t. uitoefening van controlebevoegdheden a.b.i. art. 160.1 en 160.4 WVW 1994, ECLI:NL:HR:2006:AY9670 inhoudende dat uitoefening controlebevoegdheid in beginsel rechtmatig is als deze mede is uitgeoefend ter controle van naleving van voorschriften WVW 1994 en ECLI:NL:HR:2016:2454 m.b.t. mogelijkheid dat rechter tot bevinding komt dat bij selectie van te controleren personen niet gerechtvaardigd onderscheid is gemaakt en het daaraan te verbinden rechtsgevolg. Bij verkeerscontroles kan een dergelijke bevinding i.h.b. in beeld komen indien de selectie van het voor een verkeerscontrole in aanmerking komend voertuig uitsluitend of in overwegende mate is gebaseerd op etnische of religieuze kenmerken van bestuurder of andere inzittenden van dat voertuig, dan wel op hun nationaliteit. Hof heeft vastgesteld dat verbalisant verdachte als bestuurder van een bestelbus met een Bulgaars kenteken i.h.k.v. project "Moelander" heeft gevraagd naar een geldig rijbewijs en dat in dit project "aandacht wordt gevraagd om voertuigen te controleren uit Midden- en Oost-Europa". Vervolgens heeft Hof geoordeeld dat "het weliswaar een project betreft waarbij er scherper gelet werd op auto's met een kenteken uit Oost-Europese landen", maar dat geen sprake is van discriminatoir optreden van de politie omdat het niet gaat om controle van de persoon, maar van het voertuig. Dit oordeel is niet z.m. begrijpelijk, in aanmerking genomen dat bij de verkeerscontrole kennelijk als selectiecriterium is gehanteerd of een kenteken afkomstig is uit een bepaalde groep landen, en met die wijze van controleren indirect onderscheid gemaakt kan worden naar nationaliteit of afkomst van de inzittenden van dat voertuig. Weliswaar kunnen maatregelen waarbij onderscheid o.g.v. nationaliteit wordt gemaakt onder omstandigheden gerechtvaardigd zijn, bijvoorbeeld indien het gaat om maatregelen ter bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit en/of misdaad waarbij de plegers nationale landsgrenzen overschrijden en de maatregelen voor het bereiken van het doel passend en noodzakelijk zijn, maar het Hof heeft daar geen overwegingen aan gewijd. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken