Conclusie A-G Keulen 3 december 2019, ECLI:NL:PHR:2019:1436
Economische zaak. Onder zich hebben van beschermde inheemse vogels die niet zijn voorzien van juiste pootring (meermalen gepleegd), art. 13.1 Flora- en faunawet. 1. OM n-o in vervolging, nu pootringen zijn verwijderd zodat het niet meer mogelijk is om tegenonderzoek te laten uitvoeren? 2. Verweer strekkend tot bewijsuitsluiting op de grond dat verbalisanten zich niet (tijdig) hebben gelegitimeerd. 3. Verweer dat niet met voldoende zekerheid is komen vast te staan dat vogels niet zijn voorzien van juiste pootring. 4. Heeft mogelijke verkrijging van vogels in België gevolgen voor strafbaarheid van het onder zich hebben van die vogels in Nederland? HR: art. 81.1 RO.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 81 RO
- Artikel 117 Sv
- Artikel 359a Sv
- Artikel 5:11 Awb
- Artikel 1 Awbi
- Artikel 13 Ffw
- Artikel 75 Ffw
- Artikel 5 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
- Artikel 6 Besluit vrijstelling beschermde dier- en plantensoorten
- Artikel 1 Regeling afgifte en kenmerken gesloten pootringen en andere merktekens
- Artikel 6 EVRM
- Artikel 28 VWEU
- Artikel 36
Aangehaalde uitspraken
- HR 27 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:437
- HR 13 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2059
- HR 24 maart 2015, ECLI:NL:HR:2015:711
- HR 4 november 2014, ECLI:NL:HR:2014:3109
- HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:144
- HR 8 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:885
- HR 21 juni 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP4600
- HR 30 maart 2004, ECLI:NL:HR:2004:AM2533
- HR 18 februari 1997, ECLI:NL:HR:1997:ZD0643
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2009:537