HR 27 maart 2018, ECLI:NL:HR:2018:437

Rechtsbijstand door de voorkeursadvocaat. Bewijsuitsluiting. Art. 359a Sv. In ’s Hofs overwegingen ligt als diens oordeel besloten dat het in het middel bedoelde verweer inhield dat sprake is van een vormverzuim a.b.i. art. 359a Sv en dat zulks tot bewijsuitsluiting dient te leiden. Reeds omdat uit niets blijkt dat bij de behandeling van de zaak door of namens verdachte iets is aangevoerd over het belang van het geschonden voorschrift, de ernst van het verzuim en het daardoor veroorzaakte nadeel, heeft het Hof het verweer zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting en niet onbegrijpelijk verworpen. Volgt verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen