Conclusie A-G Paridaens 3 juli 2018, ECLI:NL:PHR:2018:735

Conclusie AG. Uitlevering aan de Verenigde Staten. Antilliaanse zaak. Uitlokking en dreigende flagrante inbreuk op artikel 6 lid 1 EVRM. Hof: er is geen ruimte voor het Hof zich uit te laten over de rechtmatigheid van de bewijsgaring zodat het Hof zich dienaangaande van een oordeel zal onthouden. Dat ligt niet anders in een zaak waar sprake is van uitlokking. AG: het oordeel of sprake is van uitlokking kan relevant zijn voor de beoordeling van de vraag of de opgeëiste persoon na zijn uitlevering zal worden blootgesteld aan het risico van een flagrante inbreuk op art. 6 lid 1 EVRM. Voor het risico van een dergelijke inbreuk is vereist dat sprake is van het reële risico dat bewijs dat het resultaat is van uitlokking, door de nationale rechter ten nadele van de verdachte zal worden gebruikt. Geen cassatie omdat het beroep op uitlokking en het ontbreken van een effectief rechtsmiddel niet voldoende is onderbouwd (vlg. HR 21 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:463, NJ 2017/276). CAG: verwerping.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken