HR 4 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1426

Antilliaanse uitleveringszaak. Vervolgingsuitlevering opgeëiste persoon (Venezolaanse nationaliteit) van Curaçao naar VS t.z.v. deelname aan criminele organisatie en voorbereidingshandelingen m.b.t. invoer 10 kilo cocaïne na inzet Amerikaanse undercoveragent. Bevoegdheidstoedeling aan uitleveringsrechter en Gouverneur. Is uitleveringsrechter bevoegd te oordelen over beroep op dreigende en voltooide schending van art. 6 EVRM vanwege uitlokking (“entrapment”)? HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2017:463 m.b.t. bevoegdheidstoedeling aan rechter en Gouverneur t.a.v. beroep van opgeëiste persoon op dreigende en/of voltooide inbreuk op fundamentele rechten die hem in art. 6 EVRM zijn toegekend. Hof heeft t.a.v. beroep op voltooide schending art. 6 EVRM overwogen dat in geval van uitlokking niet z.m. sprake is van flagrante schending art. 6 EVRM, dat hetgeen raadsman heeft aangevoerd dient te worden beoordeeld door Amerikaanse strafrechter en dat standpunt raadsman dat flagrante schending reeds vaststaat, onvoldoende aannemelijk is gemaakt. Voorts heeft Hof t.a.v. beroep op dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM vastgesteld dat niet is gebleken van een dergelijke dreigende inbreuk en dat Hof gelet daarop niet toekomt aan beoordeling vraag of is komen vast te staan dat opgeëiste persoon na zijn uitlevering geen effectief rechtsmiddel ten dienste zou staan t.z.v. die inbreuk. O.b.v. deze vaststellingen heeft Hof kennelijk geoordeeld dat hetgeen is aangevoerd t.z.v. voltooide schending van en dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM, niet tot conclusie kan leiden dat uitlevering ontoelaatbaar moet worden verklaard, omdat dit verweer niet ter beoordeling Hof staat. ’s Hofs oordeel geeft, in het licht van bevoegdheidstoedeling aan rechter en Gouverneur, niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Dat oordeel is ook niet onbegrijpelijk en is toereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat raadsman slechts in algemene termen heeft aangevoerd dat beroep op uitlokking een dreigende flagrante inbreuk op art. 6 EVRM oplevert waaraan Amerikaanse rechter o.g.v. zijn nationale recht in de regel voorbijgaat. Vervolg op ECLI:NL:HR:2017:464.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken