Conclusie A-G Niessen 20 juni 2017, ECLI:NL:PHR:2017:567
Belanghebbende exploiteerde tot 15 februari 2002 een tuincentrum en hoveniersbedrijf. Op 15 februari 2002 is belanghebbende onteigend en zijn de opstallen van zijn tuincentrum gesloopt. Op 23 juli 2003 is hij failliet verklaard. Belanghebbende beschikt per ultimo 2002 over een bij beschikking vastgesteld verlies ad € 135.524. De Inspecteur heeft bij het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2012 en bijdrage ZvW 2012 geen rekening gehouden met de tot en met 2002 geleden verliezen. Het geschil in cassatie betreft de vraag of de (met materieel terugwerkende kracht ingevoerde) beperking van de mogelijkheid ondernemingsverliezen voorwaarts te verrekenen in strijd is met artikel 1 EP EVRM. Naar het oordeel van de Rechtbank was, mocht al sprake zijn van eigendom, geen sprake van strijd met artikel 1 EP EVRM, omdat de wetgever binnen zijn ruime beoordelingsmarge is gebleven. Het Hof nam dit oordeel over. De A-G is van mening dat sprake is van eigendom. Op het moment dat belanghebbendes verlies bij beschikking werd vastgesteld, stond naar toenmalig recht vast dat het verlies kon worden verrekend met uit de betreffende onderneming te verkrijgen winst. De A-G betoogt dat belanghebbende een legitieme verwachting heeft en het recht economische waarde behelst. Het doel van de beperking van de termijn voor voorwaartse verliesverrekeningstermijn was om een tariefverlaging mogelijk te maken. Dit doel en de daarmee samenhangende verbetering van het vestigingsklimaat zijn van budgettaire aard en zijn niet een valabel argument tegenover de extra last voor de belanghebbende. Niet is gebleken dat er dwingende redenen zijn voor de aantasting van de gerechtvaardigde verwachtingen. Het individuele belang van belanghebbende en andere belastingplichtigen die in eenzelfde situatie verkeren, weegt zwaarder dan het publieke belang, aldus de A-G. De A-G komt tot de conclusie dat op wetgevingsniveau sprake is van strijd met artikel 1 EP EVRM voor zover de wetswijzing uitsluiting van de compensatie van verliezen die al waren vastgesteld op het moment waarop die werd aangekondigd, tot gevolg heeft. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- Conclusie A-G Niessen 14 maart 2017, ECLI:NL:PHR:2017:221
- Conclusie A-G Niessen 28 februari 2017, ECLI:NL:PHR:2017:108
- Conclusie A-G Niessen 9 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1129
- Hof 's-Hertogenbosch 18 augustus 2016, ECLI:NL:GHSHE:2016:3711
- HR 29 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:124
- Conclusie A-G Niessen 24 september 2013, ECLI:NL:PHR:2013:979
- HR 10 juli 2009, ECLI:NL:HR:2009:BA4679
- HR 7 december 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA9339
- HR 1 april 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT3037
- EHRM 10 juni 2003, ECLI:CE:ECHR:2003:0610DEC002779395
- HR 8 februari 2002, ECLI:NL:HR:2002:ZC8109
- EHRM 23 oktober 1997, ECLI:CE:ECHR:1997:1023JUD002131993