Conclusie A-G Aben 15 november 2011, ECLI:NL:PHR:2011:BQ8600

1. Samenweefsel van verdichtsels, art. 326 Sr. 2. Unus testis, art. 342.2 Sv. Ad 1. Voor het antwoord op de vraag of uit door een verdachte gebezigde leugenachtige mededelingen kan worden afgeleid dat het slachtoffer door een samenweefsel van verdichtsels werd bewogen tot afgifte van een goed, tot het verlenen van een dienst, tot het ter beschikking stellen van gegevens, tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld a.b.i. art. 326 Sr, komt het aan op alle omstandigheden van het geval. Tot die omstandigheden behoren de vertrouwenwekkende aard, het aantal en de indringendheid van de (geheel of gedeeltelijk) onware mededelingen in hun onderlinge samenhang, de mate waarin de in het algemeen in het maatschappelijk verkeer vereiste omzichtigheid degene tot wie de mededelingen zijn gericht aanleiding had moeten geven de onwaarheid te onderkennen of zich daardoor niet te laten bedriegen en de persoonlijkheid van het slachtoffer. De bewezenverklaring, vzv inhoudende dat verdachte aangeefster X door een samenweefsel van verdichtsels, te weten dat hij zijn vrouw naar het ziekenhuis had moeten brengen en daar alles had laten liggen zodat hij geen geld had, heeft bewogen tot afgifte van geld kan gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zonder nadere omstandigheden, die het Hof niet heeft vastgesteld, niet uit de inhoud van de door het Hof gebezigde bm worden afgeleid. Ad 2. Het Hof heeft gemotiveerd dat en waarom de verklaringen van aangeefster Y. voldoende steun vinden in het overige bewijsmateriaal. Dat geeft niet blijk van miskenning van art. 342.2 Sv en is ook niet onbegrijpelijk, gelet op hetgeen het Hof heeft vastgesteld omtrent de overeenkomsten in de verschillende zaken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen