Conclusie A-G Niessen 20 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:372

Het geschil in cassatie betreft primair de vraag of de Inspecteur bevoegd is, onder meer een beroepsopleiding, te toetsen aan de voorwaarden van de WEB. Belanghebbende exploiteert een onderneming bestaande uit het vervaardigen van deuren, ramen en kozijnen van hout, het drijven van een timmerfabriek en het verhandelen van de producten uit deze timmerfabriek. Belanghebbende heeft in de jaren 2012 en 2013 afdrachtvermindering onderwijs toegepast wegens het door medewerkers volgens van de deelkwalificaties Ondersteunende vorming houtberoepen niveau 2, 3 of 4. Naar ’s Hofs oordeel leveren de tekst noch de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 14, lid 1, aanhef en onderdeel a, van de WVA aanknopingspunten op voor de stelling van belanghebbende dat de Inspecteur niet bevoegd is te toetsen of werknemers de beroepspraktijkvorming volgen van een beroepsopleiding. Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat de training “Slimmer Produceren” (onderdeel van) een beroepsopleiding is. De stelling van belanghebbende dat met de training “Slimmer Produceren” invulling wordt gegeven aan (een gedeelte van) het kwalificatiedossier behorende bij de praktijkovereenkomsten, waarvoor de deelnemers zijn ingeschreven en waarvoor zij een praktijkopleidingsovereenkomst zijn aangegaan, vindt volgens het Hof geen steun in de feiten. De A-G geeft in zijn beschouwing weer in hoeverre de Inspecteur bevoegd is te toetsen aan de voorwaarden van artikel 14 WVA, dan wel aan de vereisten van de WEB. Hij betoogt dat de bevoegdheid om te toetsen aan de vereisten van de WEB toekomt aan de onderwijsinspecteur. De belastinginspecteur zal in beginsel louter controleren of diploma’s zijn uitgereikt. Slechts indien dat niet het geval is, kan hij beoordelen of de beroepspraktijkvorming, van de beroepsopleiding waarvoor afdrachtvermindering onderwijs is geclaimd, is gevolgd. Door het Hof is vastgesteld dat werknemers van belanghebbende certificaten hebben behaald voor een deelopleiding én is vastgesteld dat die deelopleiding (mede) beroepspraktijkvorming omvat. Nu gesteld noch gebleken is dat dit niet de volledige beroepspraktijkvorming betreft, slaagt belanghebbendes klacht, aldus de A-G. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende gegrond dient te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken