Rb. Den Haag 21 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8689

Eiseres heeft in haar loonaangiften op grond van de WVA de afdrachtvermindering onderwijs toegepast voor haar werknemers. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat de werknemers opleidingen hebben gevolgd die in aanmerking komen voor toepassing van de afdrachtvermindering. De werknemers zouden de BBL-opleidingen Ondersteunende vorming houtberoepen niveau 2, 3 dan wel 4 hebben gevolgd, maar tot de gedingstukken behoort slechts een voorstel van een trainingsbureau waarin wordt voorgesteld trainingen te verzorgen in het kader van Slimmer Produceren; de daadwerkelijk gesloten overeenkomst ontbreekt. Daarnaast zijn de certificaten die de deelnemers hebben behaald niet overgelegd waardoor niet kan worden vastgesteld welke opleiding daadwerkelijk is gevolgd. In de overgelegde praktijkovereenkomsten wordt slechts vermeld dat het een deelkwalificatie van een Crebo-opleiding betreft, ontbreken de wettelijk voorgeschreven bepalingen en komt het vermelde aantal uren niet overeen met het op de Crebolijst vermelde aantal uren. De rechtbank passeert het eerst ter zitting gedane bewijsaanbod nu uit de gedingstukken blijkt dat het eiseres reeds in een eerder stadium redelijkerwijs duidelijk moet zijn geweest dat verweerder vraagtekens zette bij de aard van de door de werknemers gevolgde opleidingen. Nu de rechtbank het niet aannemelijk acht dat de werknemers een opleiding hebben gevolgd waarvoor recht bestaat op toepassing van de afdrachtvermindering onderwijs wordt niet toegekomen aan de vraag of werknemers die een deelkwalificatie zouden volgen in aanmerking komen voor de afdrachtvermindering.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken