Art. 7.2.8 WEB, De beroepspraktijkvorming
Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB)
1. Van elke beroepsopleiding maakt onderricht in de praktijk van het beroep deel uit. De beroepspraktijkvorming kan voor een deel plaatsvinden in de periode waarin de student is ingeschreven voor een opleidingsdomein of een kwalificatiedossier of tijdens het onderwijsprogramma op basis van een of meer keuzedelen.
2. De beroepspraktijkvorming wordt verzorgd op grondslag van een overeenkomst, gesloten door de in artikel 7.2.9 genoemde partijen. De overeenkomst regelt de rechten en verplichtingen van partijen en omvat met inachtneming van het dienaangaande bij of krachtens deze wet bepaalde, ten minste bepalingen over:
a. de aanvangsdatum en einddatum van de beroepspraktijkvorming, alsmede het totale aantal te volgen praktijkuren en de verdeling daarvan over de studiejaren,
b. de begeleiding van de student,
c. het deel van de kwalificatie dan wel het keuzedeel, de keuzedelen of het deel daarvan dat de beroepspraktijkvorming omvat alsmede de wijze van beoordeling van de beroepspraktijkvorming, en
d. de gevallen waarin en de wijze waarop de overeenkomst voortijdig kan worden ontbonden.
3. Het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de studenten binnen het bedrijf. Het bevoegd gezag beoordeelt of de student de beroepspraktijkvorming met een positieve beoordeling heeft voltooid. Het bevoegd gezag betrekt bij die beoordeling het oordeel van het bedrijf onderscheidenlijk de organisatie, met inachtneming van de desbetreffende in de onderwijs- en examenregeling op te nemen regels.
4. De beroepspraktijkvorming vindt plaats bij een bedrijf of organisatie met een erkenning op grond van artikel 5.2.3.
Uitspraken die dit artikel aanhalen
- HR 15 januari 2016, ECLI:NL:HR:2016:38
- Conclusie A-G Niessen 10 juni 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2196
- Hof Arnhem-Leeuwarden 16 december 2014, ECLI:NL:GHARL:2014:9822
- HR 14 december 2018, ECLI:NL:HR:2018:2259
- Hof Den Haag 17 augustus 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2397
- ABRvS 28 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3314
- ABRvS 28 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3313
- ABRvS 28 oktober 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3312
- Hof Den Haag 6 juli 2016, ECLI:NL:GHDHA:2016:2012
- Hof Amsterdam 17 april 2018, ECLI:NL:GHAMS:2018:1439
- ABRvS 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:959
- Rb. Den Haag 21 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8689
- Rb. Zeeland-West-Brabant 30 september 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:6377
- Rb. Overijssel 28 december 2016, ECLI:NL:RBOVE:2016:5176
- Rb. Noord-Nederland 20 februari 2018, ECLI:NL:RBNNE:2018:552
- Rb. Noord-Nederland 22 december 2016, ECLI:NL:RBNNE:2016:5590
- Rb. Den Haag 2 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:5469
- Rb. Den Haag 2 februari 2016, ECLI:NL:RBDHA:2016:5468
- Rb. Den Haag 6 juli 2015, ECLI:NL:RBDHA:2015:8142
- Conclusie A-G Niessen 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:353