Conclusie A-G Niessen 11 april 2017, ECLI:NL:PHR:2017:352

Belanghebbende is een uitzendbureau dat in de jaren 2010 en 2011 aan ongeveer 125 werknemers de mogelijkheid heeft geboden om een tweejarig BBL-traject te volgen. Ter zake daarvan heeft belanghebbende afdrachtvermindering onderwijs geclaimd. Het Hof volgde belanghebbende niet in haar standpunt dat de Inspecteur niet bevoegd is voluit te toetsen of de BBL-opleiding Arbeidsmarkt Gekwalificeerd Assistent voldoet aan de daaraan in de WEB gestelde eisen. Naar ’s Hofs oordeel heeft belanghebbende niet aannemelijk gemaakt dat het praktijkdeel van de opleiding ten minste zestig percent van de studieduur in beslag neemt. Het geschil in cassatie betreft onder meer de vraag of (i) de inspecteur bevoegd is inhoudelijk te toetsen aan de voorwaarden van de WEB en (ii) het Hof zich terecht op grond van artikel 8:46 Awb onbevoegd heeft verklaard getuigen op te roepen omdat belanghebbende de namen van de getuigen niet met de Inspecteur wilde delen. De A-G geeft in zijn beschouwing weer in hoeverre de Inspecteur bevoegd is te toetsen aan de voorwaarden van artikel 14 WVA, dan wel aan de vereisten van de WEB. Hij laat zien dat de bevoegdheid om te toetsen aan de vereisten van de WEB toekomt aan de onderwijsinspecteur. De belastinginspecteur zal in beginsel louter controleren of diploma’s zijn uitgereikt. Slechts indien dat niet het geval is, kan hij beoordelen of de beroepspraktijkvorming, van de beroepsopleiding waarvoor afdrachtvermindering onderwijs is geclaimd, is gevolgd. Door te oordelen dat de belastinginspecteur bevoegd is te toetsen of de opleiding voldoet aan de in de WEB gestelde eisen, lijkt het Hof naar een zelfstandige fiscale kwalificatie te willen, door niet aan te sluiten bij de beoordeling van de Onderwijsinspectie. De A-G is van oordeel dat de belastinginspecteur niet de ruimte wordt gelaten om zelfstandig te (her)toetsen of een in het CREBO opgenomen beroepsopleiding een voor afdrachtvermindering onderwijs kwalificerende beroepsopleiding is. Nu de werknemers géén diploma’s hebben behaald, is de Inspecteur volgens de A-G bevoegd om te toetsen of zij de beroepspraktijkvorming van de opleiding Arbeidsmarkt Gekwalificeerd Assistent hebben gevolgd. Onder die omstandigheden is het aan belanghebbende om bewijs te leveren voor haar stelling dat de beroepspraktijkvorming wél is gevolgd. Of werknemers naast het volgen van de opleiding arbeid hebben verricht, is irrelevant zolang deze niet kwalificeert als de beroepspraktijkvorming van de beroepsopleiding waarvoor afdrachtvermindering onderwijs is geclaimd. ’s Hofs oordeel dat belanghebbende er niet in is geslaagd om aannemelijk te maken dat de beroepspraktijkvorming is gevolgd, is, als van feitelijke aard en niet onvoldoende gemotiveerd dan wel onbegrijpelijk, in cassatie onaantastbaar, aldus de A-G. Belanghebbende komt in cassatie eveneens op tegen ’s Hofs oordeel dat het op grond van artikel 8:46 Awb onbevoegd is om getuigen op te roepen zonder daarvan de namen aan de Inspecteur mede te delen, ongeacht of er dwingende redenen voor geheimhouding van de identiteit van getuigen zijn. De A-G is met belanghebbende van mening dat het Hof zijn oordeel ten onrechte stoelt op artikel 8:46 Awb in plaats van artikel 8:60 Awb. Artikel 8:60 Awb schrijft voor dat de namen en woonplaatsen van opgeroepen getuigen en deskundigen ‘zoveel mogelijk’ worden medegedeeld aan de bestuursrechter en partijen. Het ligt volgens de A-G niet voor de hand aan de term ‘zoveel mogelijk’ de betekenis toe te dichten dat dit impliceert dat de wetgever bedoelt toe te staan dat een getuige anoniem wordt opgeroepen, en daarmee impliciet anonieme getuigenissen aanvaardt, wanneer de wetgever zulks op geen enkele wijze expliciteert. In casu is noch sprake van bedreigde getuigen in de zin van artikel 226 e.v. Sv, noch van enig andere situatie waarbij anonimiteit op zeer zwaarwegende gronden noodzakelijk is. Het oordeel van het Hof getuigt naar het oordeel van de A-G niet van een onjuiste rechtsopvatting. De conclusie strekt ertoe dat het beroep in cassatie van belanghebbende ongegrond dient te worden verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken