Rb. 's-Gravenhage 22 januari 2003, ECLI:NL:RBSGR:2003:AF5175
Myanmar / geloofwaardigheid asielrelaas / anonieme getuige. Eisers aanvraag om toelating als vluchteling is niet ingewilligd vanwege de ongeloofwaardigheid van het asielrelaas. De rechtbank overweegt dat verweerder de informatie die is neergelegd in het proces-verbaal niet aan het oordeel dat eisers relaas ongeloofwaardig is ten grondslag had mogen leggen, aangezien het gaat om verklaringen van een informant aan wie anonimiteit is toegezegd. Zonder dat de identiteit van de informant bekend wordt kan niet worden onderzocht of de informant de waarheid spreekt en wat zijn beweegredenen waren om deze informatie aan de politie door te geven. De enkele verklaring in het proces-verbaal dat de aan de verbalisant bekende achtergrond van de informant in samenhang met de door deze aangedragen gegevens, de verbalisant tot de conclusie hebben gebracht dat de informatie als waarschijnlijk kan worden aangemerkt, acht de rechtbank in dit verband onvoldoende. Hierbij is van belang dat uit het proces-verbaal niet duidelijk wordt van wie en onder welke omstandigheden de informant gehoord heeft dat eiser verklaard heeft niet uit Myanmar afkomstig te zijn. Voorts heeft verweerder zich gebaseerd op vage en deels onjuiste informatie over Myanmar, die eiser zou hebben verstrekt in antwoord op vragen. De rechtbank is van oordeel dat verweerder aan de door eiser op de vragen gegeven antwoorden een te zwaar gewicht heeft toegekend. In dit verband is - naast de jeugdige leeftijd van eiser - van belang dat eiser naar gesteld slechts twee jaar onderwijs heeft genoten aan een Koranschool en volgens zijn verklaringen leefde in een klein dorpje. Gelet hierop kan van hem niet worden gevergd op al die vragen een exact antwoord te geven. Tevens blijkt uit het verslag van het nader gehoor dat eiser op een aantal punten (zoals namen van steden en rivieren) correcte informatie over Myanmar heeft verschaft. De rechtbank neemt voorts in aanmerking dat blijkens de Encarta World Atlas de door eiser genoemde woonplaats zich in het uiterste westen van Myanmar bevindt en dat de door eiser genoemde grensrivier de Naf waarover hij stelt naar Bangladesh te zijn gevlucht en de plaats Teknaf in Bangladesh, in de omgeving van de genoemde woonplaats liggen. De rechtbank is van oordeel dat het ontbreken van reisdocumenten onvoldoende voor de conclusie dat eisers relaas ongeloofwaardig is. Naar het oordeel van de rechtbank is in het bestreden besluit dan ook onvoldoende gemotiveerd dat eiser niet uit Myanmar afkomstig zou zijn en had verweerder eiser nader dienen te horen alvorens conclusies te trekken over de geloofwaardigheid van diens verklaringen. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl