HR 30 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2859

Verschoningsrecht. Art. 219 Sv. Casus: betrokkene is beschoten tijdens een schietincident en wordt als getuige gehoord bij de RC. De RC oordeelt dat betrokkene de vragen wie hem heeft beschoten en met wie hij t.t.v. het incident had afgesproken heeft geweigerd te beantwoorden. De RC heeft bevolen dat betrokkene in gijzeling zal worden gesteld. De Rb heeft het verzoek om ontslag uit de gijzeling afgewezen. Het Hof heeft het tegen die beschikking gerichte h.b. afgewezen met verwijzing naar de beschikking van de Rb. HR: Het Hof heeft, zonder miskenning van art. 219 Sv, geoordeeld dat betrokkene zichzelf niet blootstelt aan het gevaar van een strafrechtelijke veroordeling als hij de vraag beantwoord wie op hem heeft geschoten. Dit oordeel is, gelet op hetgeen in h.b. door de raadsman van betrokkene is aangevoerd, niet onbegrijpelijk en kan, verweven als het is met waarderingen van feitelijke aard, in cassatie niet verder worden getoetst.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen