Conclusie A-G Knigge 7 november 2017, ECLI:NL:PHR:2017:1527

Rijden terwijl verdachte redelijkerwijs moest weten dat rijbewijs ongeldig was verklaard, art. 9.2 WVW 1994. Ontvankelijkheid OM in de vervolging. Gerechtvaardigd vertrouwen dat strafbeschikking en geen dagvaarding zou volgen? Bij constatering van het tlgd. is aan verdachte een zgn. ‘combibon’ uitgereikt waarop kennelijk per abuis 'aankondiging van beschikking' i.p.v. 'kennisgeving van bekeuring' is aangekruist. ’s Hofs oordeel dat die enkele omstandigheid bij verdachte niet het vertrouwen heeft gewekt dat aan hem een strafbeschikking zal worden aangeboden en dat hij niet zal worden gedagvaard, is - mede in aanmerking genomen dat namens verdachte in de kern is aangevoerd dat voor hem 'onduidelijk' was gebleven op welke wijze het geconstateerde feit zou worden afgedaan - niet onbegrijpelijk. ´s Hofs daarop gebaseerde oordeel dat het aangevoerde niet leidt tot niet-ontvankelijkverklaring OM in de vervolging, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken