Conclusie A-G Vegter 1 november 2016, ECLI:NL:PHR:2016:1424
OM-cassatie tegen ontslag van alle rechtsvervolging van het ter verspreiding in voorraad hebben van het boek “Mein Kampf” waarin naar verdachte wist uitlatingen staan die voor Joden beledigend zijn en die aanzetten tot haat en discriminatie van Joden (art. 137e.1 Sr). Het Hof heeft, zonder blijk te geven van een onjuiste rechtsopvatting, kunnen oordelen dat “geen sprake is van een zodanig dwingende behoefte a.b.i. art. 10.2 EVRM, dat verdachte voor het in voorraad hebben van het boek Mein Kampf in de bewezenverklaarde periode veroordeeld dient te worden”. Dat oordeel is, ondanks het antisemitische karakter van het boek, op grond van de door het Hof in aanmerking genomen f&o en mede gelet op de context waarbinnen de gedraging van verdachte plaatsvond, niet onbegrijpelijk.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- EHRM 16 juni 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:0616JUD006456909
- Rb. Amsterdam 21 november 2014, ECLI:NL:RBAMS:2014:7866
- HR 26 juni 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9189
- Conclusie A-G Vegter 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9189
- EHRM 12 juni 2012, ECLI:CE:ECHR:2012:0612JUD002600508
- HR 29 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BP0478
- HR 23 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9132
- Conclusie A-G Jörg 23 november 2010, ECLI:NL:PHR:2010:BM9132
- HR 16 juni 2009, ECLI:NL:HR:2009:BG7750
- EHRM 10 juli 2008, ECLI:CE:ECHR:2008:0710JUD001594803
- EHRM 20 februari 2007, ECLI:CE:ECHR:2007:0220DEC003522204
- EHRM 24 juni 2003, ECLI:CE:ECHR:2003:0624DEC006583101
- HR 15 april 2003, ECLI:NL:HR:2003:AF4778
- HR 9 januari 2001, ECLI:NL:HR:2001:AA9368
- EHRM 23 september 1994, ECLI:CE:ECHR:1994:0923JUD001589089
- EHRM 12 mei 1988, ECLI:CE:ECHR:1988:0512DEC001219486
- EHRM 11 oktober 1979, ECLI:CE:ECHR:1979:1011DEC000834878