Conclusie A-G Vegter 26 juni 2012, ECLI:NL:PHR:2012:BW9189
1. Ontoelaatbare conclusie van een getuige als bewijs. 2. Beledigende uitlatingen a.b.i. art. 137c Sr. Ad 1. V.zv. de verklaring van de getuige inhoudt dat de op de website gepubliceerde uitlatingen discriminerend zijn, berust deze niet op een eigen waarneming of ondervinding, doch bevat zij een conclusie. Dit behoeft evenwel niet tot cassatie te leiden. Het Hof heeft vastgesteld dat en waarom verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een gewoonte maken van het zich in het openbaar bij geschrift opzettelijk beledigend uitlaten over een groep mensen wegens hun ras en/of godsdienst zoals bewezenverklaard. Daarmee heeft het Hof geoordeeld, hetgeen gelet op de inhoud van de overige bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk is, dat de conclusie van de getuige terecht is getrokken. Aldus kan deze worden vereenzelvigd met de door het Hof gemaakte gevolgtrekking. Ad 2. De uitleg die het Hof aan de tll heeft gegeven is niet onverenigbaar met de bewoordingen en moet daarom in cassatie worden geëerbiedigd. Het Hof heeft geoordeeld dat de in de bewezenverklaring weergegeven uitlatingen zowel op zichzelf beschouwd als bezien in hun context beledigend zijn in de zin van art. 137c Sr. Voorts heeft het Hof geoordeeld dat die uitlatingen onnodig grievend zijn en dat zij niet dienstig kunnen zijn aan het maatschappelijk debat of tot de artistieke of humoristische excepties moeten worden gerekend. Deze oordelen, die zijn verweven met de aan het Hof als feitenrechter voorbehouden weging en waardering van de omstandigheden van het geval, geven niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting, i.h.b. niet omtrent art. 137c Sr, en zijn toereikend gemotiveerd.
De uitspraak op rechtspraak.nl