HR 29 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BP0478

OM-cassatie. Vervolg op HR LJN BG4945. Vordering a.b.i. art. 36b.1 aanhef en onder 4 Sr tot o.a.h.v. van een aantal inbeslaggenomen dolken met nazisymbolen. Is het ongecontroleerde bezit van genoemde inbeslaggenomen dolken i.s.m. de wet, meer i.h.b. met art. 137.1 onder 2 Sr, dan wel met het algemeen belang? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2011/115. Het oordeel van het Hof dat een aantal van de inbeslaggenomen dolken “door de daarop aangebrachte symbolen en/of teksten onder omstandigheden voorwerpen kunnen zijn waarin een uitlating a.b.i. art. 137e.1 Sr is vervat”, maar zij op zichzelf beschouwd - ondanks die symbolen en teksten - niet zijn, is gelet op de door het OM geschetste associaties die de dolken volgens hem kunnen oproepen, niet toereikend gemotiveerd. Voorts is niet begrijpelijk dat het Hof zich niet heeft uitgelaten over de vraag of het ongecontroleerde bezit van genoemde dolken in strijd is met het algemeen belang, in aanmerking genomen dat de beslagene heeft verklaard dat hij voornemens was de dolken via zijn internetsite te verkopen. Hetgeen het Hof m.b.t. de overige dolken heeft geoordeeld, hetgeen de HR aldus verstaat dat het Hof niet aannemelijk heeft geacht dat die dolken zodanige associaties oproepen met het naziregime dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet, i.h.b. art. 137e.1 Sr of het algemeen belang, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Hetgeen het OM heeft aangevoerd ter onderbouwing van zijn vordering had geen betrekking op laatstgenoemde dolken. Volgt terugwijzing voor een aantal dolken.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen