Conclusie A-G Spronken 6 oktober 2015, ECLI:NL:PHR:2015:2562

(Putatief) noodweer en noodweerexces. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2010:BK4788 m.b.t. het feit dat een beroep op noodweer niet kan worden aanvaard ingeval de gedraging van degene die zich op deze exceptie beroept, noch o.g.v. diens bedoeling noch o.g.v. de uiterlijke verschijningsvorm van de gedraging als “verdedigend” kan worden aangemerkt, maar – naar de kern bezien – als aanvallend, bijvoorbeeld gericht op een confrontatie of deelneming aan een gevecht en dat in zo een geval ook een beroep op noodweerexces of op putatief noodweer niet kan slagen. Gelet op de feitelijke vaststellingen is ’s Hofs oordeel dat zowel het beroep op (putatief) noodweer als op noodweerexces moet worden verworpen aangezien de gedraging van verdachte “naar de uiterlijke verschijningsvorm kan worden aangemerkt als aanvallend”, niet onbegrijpelijk, terwijl in diezelfde vaststellingen besloten ligt dat ook op grond van de bedoeling van verdachte zijn gedraging als aanvallend moet worden aangemerkt. E.e.a. draagt de verwerping van de verweren zelfstandig, zodat de middelen falen. Conclusie AG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken