HR 31 mei 2005, ECLI:NL:HR:2005:AR8021

Handelen met voorwetenschap. 1. In het recht is geen steun te vinden voor de opvatting dat een bijzonderheid ex art. 46 (oud) Wte 1995 niet kan bestaan uit meer in samenhang te beschouwen omstandigheden. 2. Door te oordelen dat de koers “in niet onbetekenende mate verder zou zijn opgestuwd” heeft het hof tot uitdrukking gebracht dat de koers in de door art. 46 (oud) Wte 1995 vereiste aanzienlijke (significante) mate zou zijn beïnvloed.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen