Conclusie A-G Vegter 17 juni 2014, ECLI:NL:PHR:2014:2229
Laster, art. 262.1 Sr. Blijkens de wetsgeschiedenis heeft het bestanddeel “wetende dat” een bijzondere, beperkte betekenis van daadwerkelijke wetenschap, waarvoor voorw. opzet niet toereikend is. ’s Hofs overweging dat de verdachte “willens en wetens minstgenomen de aanmerkelijke kans (heeft) aanvaard dat hij valse aantijgingen deed” getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Vernietiging en terugwijzing, de overige middelen behoeven geen bespreking.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- HR 27 mei 2014, ECLI:NL:HR:2014:1243
- HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:140
- HR 3 mei 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9287
- HR 8 mei 2012, ECLI:NL:HR:2012:BV9234
- HR 13 september 2011, ECLI:NL:HR:2011:BQ8907
- HR 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP7844
- HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM6159
- HR 17 november 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI2315
- HR 29 september 2009, ECLI:NL:HR:2009:BI1171
- HR 8 juli 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC9186
- HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC8673
- Conclusie A-G Wortel 6 november 2001, ECLI:NL:PHR:2001:AD4322
- HR 30 oktober 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB3143