HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM6159
Profijtontneming. Art. 511d.1 Sv, mogelijkheid tot schriftelijke voorbereiding ter bekorting van de behandeling ter terechtzitting en ter bevordering van een doelmatige besluitvorming. Ook in ontnemingszaken is de rechter niet gehouden te reageren op verweren en onderbouwde standpunten die niet uitdrukkelijk ter terechtzitting zijn voorgedragen (vgl. HR NJ 1980/205). Het bepaalde in art. 511d.1 Sv maakt dat niet anders. De door de wetgever aan die mogelijkheid tot schriftelijke voorbereiding ten grondslag gelegde argumenten brengen wel mee dat ter terechtzitting gevoerde verweren en ingenomen onderbouwde standpunten kunnen worden bekort d.m.v. een duidelijke verwijzing naar de inhoud van de in het kader van die schriftelijke voorbereiding ingediende stukken. Voorop dient evenwel te staan dat ter terechtzitting met voldoende duidelijkheid wordt aangegeven welke verweren worden gevoerd en welke onderbouwde standpunten worden ingenomen. De i.c. door de raadsman overgelegde pleitnotities houden niets in omtrent het bedoelde verweer dan wel het bedoelde onderbouwde standpunt. Ook het proces-verbaal behelst daaromtrent niets. Het moet er daarom voor worden gehouden dat dat verweer niet ter terechtzitting is voorgedragen en dat hetzelfde geldt voor het onderbouwde standpunt. Dat ter terechtzitting blijkens het daarvan opgemaakte proces-verbaal aldaar door de Voorzitter de korte inhoud is meegedeeld van de conclusie van antwoord leidt niet tot een ander oordeel.
De uitspraak op rechtspraak.nl