HR 21 januari 2014, ECLI:NL:HR:2014:140

Profijtontneming.HR herhaalt HR 22 februari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BM6159, NJ 2011/356 m.b.t. het feit dat ook in ontnemingszaken ttz. met voldoende duidelijkheid dient te worden aangegeven – eventueel bekort d.m.v. een duidelijke verwijzing naar de inhoud van i.h.k.v. een schriftelijke voorbereiding van de behandeling ttz. ingediende stukken – welke verweren worden gevoerd en welke onderbouwde standpunten worden ingenomen. Nu het p-v van de tz. in h.b. niets inhoudt omtrent de in het middel bedoelde verweren en onderbouwde standpunten moet het ervoor worden gehouden dat die verweren en onderbouwde standpunten niet ttz. zijn voorgedragen. Aan de vermelding in het bestreden arrest dat het Hof kennis heeft genomen van hetgeen door de betrokkene en zijn raadsman naar voren is gebracht, kan niet de betekenis worden toegekend dat het Hof “vanzelfsprekend tot uitdrukking heeft willen brengen dat de standpunten en verweren die in de schriftelijke voorbereiding zijn gerelateerd als ttz. voorgedragen zijn beschouwd”. Het middel kan bij gebrek aan feitelijke grondslag niet tot cassatie leiden. De HR stelt de AG alsnog in de gelegenheid zich uit te laten over het andere voorgestelde middel.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde uitspraken