HR 24 september 2024, ECLI:NL:HR:2024:1290
Beklag ex art. 98.4 jo. art. 552a Sv tegen beschikking Rb over toelaatbaarheid van uitlevering van bestanden op digitale gegevensdragers i.v.m. verschoningsrecht van klager (waarnemer van protocol van oud-notarissen), na tegen andere notaris en diens notarieel juridisch medewerker gerezen verdenking van overtreding van Wet ter voorkoming van witwassen en financieren van terrorisme en witwassen. Kon Rb oordelen dat zich zeer uitzonderlijke omstandigheden voordoen op grond waarvan verschoningsrecht van klager moet wijken voor belang van waarheidsvinding? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2007:BA5665 m.b.t. zeer uitzonderlijke omstandigheden waarin belang dat waarheid aan het licht komt moet prevaleren boven verschoningsrecht. Gelet hierop en in licht van door Rb vastgestelde f&o is oordeel Rb dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die maken dat verschoningsrecht van klager moet wijken voor zwaarwegend maatschappelijk belang dat waarheid aan het licht komt, niet toereikend gemotiveerd. Aan dat oordeel is uitsluitend ten grondslag gelegd dat eerder door Rb is geoordeeld dat sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden die doorbreking van verschoningsrecht van andere notaris rechtvaardigen i.v.m. transacties waarop onderzoek tegen andere notaris ziet. Rb had er blijk van moeten geven te hebben onderzocht of ook specifiek in relatie tot verschoningsrecht van klager sprake is van zeer uitzonderlijke omstandigheden op grond waarvan belang van waarheidsvinding prevaleert boven verschoningsrecht van deze klager. Volgt vernietiging en terugwijzing. Samenhang met 24/00858 Bv.
De uitspraak op rechtspraak.nl