Rb. Rotterdam 18 januari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:442
Veroordeling van een uitreizigster terzake van het medeplegen van deelneming aan een terroristische organisatie en het medeplegen van voorbereidingshandelingen met betrekking tot terroristische misdrijven. De rechtbank volgt de lijn van eerdere uitspraken van de rechtbank Rotterdam die bevestiging vindt in het arrest van het Hof Den Haag van 20 december 2023, waarin het hof tot het oordeel komt dat het voeren van een gezamenlijke huishouding met een IS-strijder onder in dat arrest genoemde omstandigheden kan worden aangemerkt als deelneming aan een terroristische organisatie in de zin van artikel 140a.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 14a Sr
- Artikel 14b Sr
- Artikel 14c Sr
- Artikel 22c Sr
- Artikel 22d Sr
- Artikel 47 Sr
- Artikel 57 Sr
- Artikel 83 Sr
- Artikel 83a Sr
- Artikel 96 Sr
- Artikel 140a Sr
- Artikel 157 Sr
- Artikel 176a Sr
- Artikel 255 Sr
- Artikel 288a Sr
- Artikel 289 Sr
- Artikel 6:2:10 Sv
- Artikel 1 Wet op de identificatieplicht
- Artikel 26 WWM
- Artikel 4 PBW