HR 5 december 2023, ECLI:NL:HR:2023:1612

OM-cassatie. Vrijspraak t.z.v. deelneming aan voortzetting van werkzaamheid van verboden organisatie, art. 140.2 (oud) Sr. Kan (bij ingang van gerechtsgebouw) dragen van kleding van verboden motorclub worden aangemerkt als “voortzetting van werkzaamheid” a.b.i. art. 140.2 (oud) Sr? Art. 2:20.1 BW. Hof heeft vastgesteld dat motorclub o.g.v. art. 2:20 BW is verboden verklaard en ontbonden, omdat werkzaamheid van motorclub in strijd is met openbare orde. Hof heeft geoordeeld dat tlgd. gedraging, gezien haar aard en omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, niet gedraging oplevert “die ten dienste staat aan voortbestaan van verboden organisatie” en slechts kan worden gezien als “ongerichte, individuele gedraging van voormalig lid van inmiddels verboden verklaarde organisatie” en dat die gedraging daarom niet kan worden aangemerkt als deelnemen aan voortzetting van werkzaamheid van verboden organisatie. Hierin ligt besloten dat hof terecht tot uitgangspunt heeft genomen dat bestanddeel “voortzetting van werkzaamheid” in art. 140.2 (oud) Sr betrekking heeft op iedere gedraging die ten dienste staat aan voortbestaan van verboden organisatie. Hof heeft niettemin met zijn beslissing dat tlgd. gedraging niet kan worden aangemerkt als “voortzetting van werkzaamheid” blijk gegeven van te beperkte uitleg van dat bestanddeel. Daarvoor is allereerst van belang dat in art. 140.2 (oud) Sr strafbaar gestelde gedraging een delict tegen openbare orde is en dat (mede in het licht van totstandkomingsgeschiedenis van wetsvoorstel dat heeft geleid tot verduidelijking van art. 140.2 Sr) aan bestanddeel “voortzetting van werkzaamheid” een ruime uitleg toekomt, waarbij wetgever onder meer het oog heeft op organiseren van betoging, evenement of vergadering. Daarnaast neemt HR in aanmerking dat hof over aard van tlgd. gedraging en omstandigheden waaronder deze heeft plaatsgevonden, heeft vastgesteld dat verdachte op weg was naar ingang van publieke ruimte (gerechtsgebouw), dat hij kleding en accessoires droeg met aanduidingen en tekens die verwezen naar motorclub en dat in dat gerechtsgebouw een zitting zou plaatsvinden tegen leden van motorclub. In dat verband is nog van belang dat uit de door hof in zijn beslissing in aanmerking genomen omstandigheden die in procedure over verbodenverklaring zijn vastgesteld, naar voren komt dat “uit uitingen en gedragingen die als eigen werkzaamheid aan motorclub kunnen worden toegerekend, blijkt dat toepassen van geweld, ook in de openbare ruimte, niet wordt geschuwd, maar wordt aangemoedigd én gebagatelliseerd” en dat “leden bewust de naam van motorclub of hun “colors” [gebruiken] om hun daden en woorden kracht bij te zetten”. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken