HR 19 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:580

Beklag, beslag ex art. 94 Sv n.a.v. EOB van Spaanse autoriteiten op o.a. sieraden onder klaagster. Klaagschrift ontvankelijk, nu klaagster niet binnen 14 dagen na kennisgeving a.b.i. art. 5.4.10.1 Sv klaagschrift heeft ingediend? Kennisgeving a.b.i. art. 5.4.10.1 Sv strekt ertoe (gelet op art. 14 Richtlijn 2014/41/EU, art. 5.4.10 Sv en wetsgeschiedenis bij art. 5.4.10 Sv) betrokkene in kennis te stellen van zijn bevoegdheid om klaagschrift in te dienen tegen inbeslagname ter uitvoering van EOB en van daarvoor geldende termijn op grond waarvan dat klaagschrift binnen 14 dagen na kennisgeving kan worden ingediend, zodat betrokkene effectief gebruik kan maken van instellen van rechtsmiddel. Rb heeft vastgesteld dat na doorzoeking ter inbeslagname een ‘schriftelijke kennisgeving beklagrecht’ in envelop in woning van klaagster is achtergelaten en dat klaagster door RC en hulp OvJ tijdens doorzoeking mondeling in kennis is gesteld van mogelijkheid zich schriftelijk te beklagen over inbeslagname ter uitvoering van EOB. Daaruit volgt dat klaagster in kennis is gesteld van haar bevoegdheid om klaagschrift in te dienen tegen inbeslagname ter uitvoering van EOB maar niet dat klaagster ook op de hoogte is gesteld van de in art. 5.4.10.1 Sv bedoelde termijn op grond waarvan dat klaagschrift binnen 14 dagen na kennisgeving kan worden ingediend. Kennelijk oordeel Rb dat klaagster bij doorzoeking in kennis is gesteld van termijn waarbinnen klaagschrift kan worden ingediend, zodat termijn op die datum is gaan lopen, is daarom niet z.m. begrijpelijk. Hieraan doet niet af dat klaagster bij behandeling van klaagschrift heeft aangegeven brief te hebben ontvangen waarin termijn van 14 dagen wordt genoemd voor indienen klaagschrift. Rb heeft immers niet vastgesteld op welk moment klaagster die brief heeft ontvangen. Volgt vernietiging en terugwijzing. CAG: anders.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen