HR 25 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:39
Beklag, beslag ex art. 94 Sv op auto met verborgen ruimte onder belanghebbende. Afzonderlijke rechterlijke beschikking tot onttrekking aan het verkeer van auto, art. 552f.2 Sv en art. 36b.1.4 Sr. Is OvJ ontvankelijk in vordering a.b.i. art. 552f.2 Sv? In art. 36b.1.4 Sr is de mogelijkheid geopend om voorwerpen op vordering van OM bij afzonderlijke rechterlijke beschikking aan het verkeer te onttrekken. Die mogelijkheid is geschapen voor gevallen waarin geen einduitspraak wordt gedaan of waarin vervolging door rechterlijke uitspraak tot een eind is gekomen. Gelet daarop is, zowel indien OvJ tot vervolging is overgegaan als indien hij nog niet tot vervolging is overgegaan, maar ervan uitgaat hiertoe te zullen overgaan, deze niet-ontvankelijk in vordering a.b.i. art. 552f.2 Sv. Rechter moet daarom in zijn beschikking ervan blijk geven te hebben onderzocht of zaak zal worden vervolgd dan wel niet (meer) wordt vervolgd (vgl. HR:1986:AC1898 en HR:2010:BK6319). Uit beschikking Rb blijkt niet van zo’n onderzoek. Oordeel dat OvJ ontvankelijk is in vordering, is daarom ontoereikend gemotiveerd. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl