HR 15 november 2022, ECLI:NL:HR:2022:1625

Medeplegen gekwalificeerde doodslag (art. 288 Sr) op rolstoelafhankelijke 72-jarige man en diefstal met geweld (art. 312.2.2 Sr). Hof heeft o.m. TBS met dwangverpleging opgelegd. 1. Afwijzing hof van ttz. in hoger beroep gedaan verzoek o.g.v. art 328 jo. 315.3 Sv om 2 deskundigen te horen over door hen uitgebrachte gedragskundige rapportages, op de grond dat horen van deskundigen niet noodzakelijk is omdat hof zich door hun rapportages voldoende voorgelicht acht. 2. Onvolkomenheid bij beëdiging van één of meer raadsheren van hof ’s-Hertogenbosch die uitspraak hebben gewezen, art. 5.2 en 6.2 Wet RO. Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2007:AZ1702 m.b.t. toepassing van noodzakelijkheidscriterium in situaties waarin verdediging deskundige in h.b. wil horen en gevallen waarin weliswaar o.g.v. art. 414.2 Sv en 418.3 Sv oproeping van deskundige kan worden geweigerd indien horen ttz. niet noodzakelijk is te achten maar desondanks omstandigheden kunnen meebrengen dat concrete toepassing van noodzakelijkheidscriterium niet wezenlijk verschilt van wat met toepassing van criterium van “verdedigingsbelang” zou worden bereikt. Overwegingen over concrete toepassing van noodzakelijkheidscriterium kunnen ook van belang zijn als na aanvang van onderzoek ttz. in h.b. een verzoek a.b.i. art. 328 Sv tot horen van deskundige wordt gedaan. Hof heeft verzoek tot het horen van 2 deskundigen afgewezen. Aan dat oordeel heeft hof ten grondslag gelegd dat horen van deze deskundigen niet noodzakelijk is, omdat het zich door hun rapportages voldoende voorgelicht acht m.b.t. de o.g.v. art. 348 en 350 Sv te beantwoorden vragen en het aan hof (en niet aan deskundigen) is om vast te stellen welk delictsscenario zich heeft voorgedaan. Dit oordeel is (mede gelet op wat hiervoor is vooropgesteld) ontoereikend gemotiveerd, in aanmerking genomen dat (i) verzoek tot horen van deskundigen betrekking heeft op vraagpunten over rapportages die deze deskundigen eerst na aanvang van onderzoek ttz. in h.b. hebben uitgebracht, en (ii) verzoek niet uitsluitend verband houdt met in de rapportages betrokken delictsscenario’s maar onderbouwing daarvan tevens inhoudt dat er verschillen bestaan tussen advies van psychiater en advies van psycholoog en dat psycholoog niet is ingegaan op mogelijkheid om noodzakelijk geachte behandeling te doen plaatsvinden in een ander kader dan dat van TBS met bevel tot verpleging. Ad 2. Gelet op HR:2022:1438 behoeft dat geen verdere bespreking. Volgt (partiële) vernietiging t.a.v. strafoplegging (met uitzondering van opgelegde schadevergoedingsmaatregel) en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken