HR 6 december 2022, ECLI:NL:HR:2022:1820
Grootschalige kinderopvangtoeslagfraude. Medeplegen van oplichting, meermalen gepleegd (art. 326.1 Sr) en gewoontewitwassen geldbedragen (art. 420bis.1.b (oud) en 420ter Sr). Kwalificatieklacht witwassen. Zijn in bewezenverklaring genoemde geldbedragen ‘middellijk’ afkomstig uit eigen misdrijf? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2022:109 en HR:2014:716 m.b.t. kwalificeerbaarheid als witwassen van het ‘verwerven of voorhanden hebben’ van onmiddellijk uit eigen misdrijf afkomstige voorwerpen. Hof heeft vastgesteld dat Belastingdienst kinderopvangtoeslag (KOT) heeft overgemaakt aan aanvragers die worden genoemd in bewezenverklaring feit 1 (oplichting). Verder heeft hof vastgesteld dat (i) aanvragers van KOT contante bedragen van in totaal € 38.800 aan verdachte hebben betaald n.a.v. t.b.v. die derden gedane aanvragen en vervolgens ten onrechte aan hen uitgekeerde KOT, (ii) aanvrager A een bedrag van € 3.000 heeft overgemaakt op rekening van derde en dit bedrag op dezelfde dag is overgeboekt op rekening van dochter van verdachte, en (iii) aanvrager B € 5.000 heeft overgemaakt naar door verdachte opgegeven bankrekeningnummer van dochter van verdachte. Het hierop gebaseerde oordeel van hof dat verdachte in totaal € 46.800 heeft ontvangen en dat het bedragen betreft die t.g.v. oplichtingshandelingen bij betreffende aanvragers zijn binnengekomen en vervolgens (voor een deel) zijn doorgeleid naar verdachte, waardoor verdachte deze aldus ‘middellijk’ uit misdrijf afkomstige gelden heeft verworven en voorhanden heeft gehad, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting en is niet onbegrijpelijk. Volgt verwerping. CAG: anders. Samenhang met 20/03347 en 20/03346.
De uitspraak op rechtspraak.nl