HR 30 november 2021, ECLI:NL:HR:2021:1793
Rijden onder invloed van alcohol en cocaïne, art. 8.5 WVW 1994. Bloedonderzoek. Is verdachte op juiste wijze gewezen op uitslag van bloedonderzoek en zijn recht op tegenonderzoek? HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2020:1684, HR:2010:BM4412 en HR:2019:92 m.b.t. waarborgen waarmee onderzoek moet zijn omkleed, waaronder het in art. 17 Besluit neergelegde voorschrift dat verdachte in kennis wordt gesteld van resultaat van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek. ‘s Hofs oordeel dat met brief waarmee verdachte in kennis is gesteld van uitslag van bloedonderzoek en van recht op tegenonderzoek voldoende aan wettelijke vereisten is voldaan is niet begrijpelijk, omdat in deze brief aan verdachte wordt medegedeeld dat o.m. 96 mcg cocaïne per liter bloed is aangetroffen maar verdachte niet wordt gewezen op mogelijkheid van tegenonderzoek hiernaar, brief niet vermeldt dat verdachte een tegenonderzoek zelf bij een laboratorium moet aanvragen en dat recht op tegenonderzoek vervalt indien verdachte niet binnen 2 weken na dagtekening van kennisgeving de kosten van dat tegenonderzoek heeft betaald, en in strijd met art. 17 Besluit geen sporenidentificatienummer is vermeld in brief. Volgt vernietiging en terugwijzing.
De uitspraak op rechtspraak.nl