HR 28 september 2021, ECLI:NL:HR:2021:1280

Mishandeling door ander met vuist tegen zijn gezicht te slaan, art. 300.1 Sr. Post-Keskin. Afwijzing van ttz. in h.b. gedaan getuigenverzoek (aangever en getuige) ter onderbouwing van beroep op noodweer, omdat noodzaak niet is gebleken. 1. Afwijzing in arrest toereikend gemotiveerd? 2. Gebruik van getuigenverklaringen voor het bewijs. Schending ondervragingsrecht? Ad 1. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2014:2677, waaruit volgt dat wederrechtelijkheid een bestanddeel van delict ‘mishandeling’ vormt. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR:2021:576 (post-Keskin) m.b.t. beoordeling van verzoeken tot oproepen en horen van getuigen door feitenrechter in situatie dat verzoek betrekking heeft op getuige t.a.v. wie verdediging het ondervragingsrecht nog niet heeft kunnen uitoefenen, terwijl deze getuige al (in vooronderzoek of anderszins) verklaring heeft afgelegd met belastende strekking. ’s Hofs oordeel dat noodzaak om getuigen te horen niet is gebleken, is niet z.m. begrijpelijk, omdat aan verzoek ten grondslag is gelegd dat verklaringen van getuigen een belastende strekking hebben omdat deze getuigen hebben verklaard over geven van vuistslag door verdachte en direct daaraan voorafgaande gebeurtenissen, dat verdachte weliswaar erkent dat hij aangever heeft geslagen maar betwist wat die getuigen hebben verklaard over toedracht daarvan, dat verklaring van aangever door Rb is gebruikt voor bewijs en dat verklaringen van aangever en getuige van belang zijn voor beoordeling van beroep van verdachte op noodweer en (daarmee samenhangend) bewijs van wederrechtelijkheid van tlgd. mishandeling. Ad 2. Hof heeft , met verwerping van beroep op noodweer, bewezenverklaring aangenomen o.g.v. onder meer door verdachte betwiste verklaringen van getuigen zonder dat verdediging deze getuigen heeft kunnen ondervragen, terwijl hof niet blijk ervan heeft gegeven te hebben nagegaan, op de in HR:2021:576 weergegeven wijze, of procedure in haar geheel voldoet aan het door art. 6 EVRM gewaarborgde recht op een eerlijk proces. Daarvoor volstaat niet, zoals hof in motivering van afwijzing van verzoek tot horen van getuigen tot uitdrukking heeft gebracht, dat hof heeft geoordeeld dat het geen reden had te twijfelen aan betrouwbaarheid van eerder door hen afgelegde verklaringen. Volgt vernietiging en terugwijzing.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken