HR 9 september 2014, ECLI:NL:HR:2014:2677
Mishandeling. Art. 300 Sr. Onder ‘mishandeling’ in de zin van art. 300 Sr moet niet alleen worden verstaan het aan een ander toebrengen van lichamelijk letsel of pijn - zonder dat daarvoor een rechtvaardigingsgrond bestaat -, maar onder omstandigheden ook het bij een ander teweegbrengen van min of meer hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam. Uit ’s Hofs bewijsvoering kan worden afgeleid dat verdachte bij A en B zo een onlust veroorzakende gewaarwording heeft veroorzaakt door hen in het water te duwen, doch dit is niet tlgd. Dat zij – zoals wel is tlgd. en bewezenverklaard – door die gedraging van verdachte pijn hebben ondervonden kan uit ’s Hofs bewijsvoering echter niet worden afgeleid. De bewezenverklaring is dus in dit opzicht niet naar de eis der wet met redenen omkleed.
De uitspraak op rechtspraak.nl