HR 11 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:232
Omvang terugwijzingsopdracht na cassatie. Omvat door HR uitgesproken vernietiging en terugwijzing t.z.v. de strafoplegging tevens de beslissing van het hof tot strafbepaling ex art. 423.4 Sv? I.c. heeft de Rb. verdachte veroordeeld voor 5 feiten, maar is het h.b. beperkt tot de feiten 1 en 2. Het hof heeft voor feiten 1 en 2 veroordeeld en voor de feiten 3, 4 en 5 een straf bepaald ex art. 423.4 Sv. De HR heeft dit arrest van het hof vernietigd, maar uitsluitend wat betreft de beslissingen t.z.v. het onder 1 tlgd en de strafoplegging. Het hof heeft na terugwijzing verdachte voor feit 1 veroordeeld, voor de feiten 1 en 2 een straf opgelegd en geconstateerd dat de vóór cassatie bepaalde straf voor feiten 3, 4 en 5 in stand is gebleven. HR herhaalt relevante overwegingen uit ECLI:NL:HR:2013:1430 m.b.t. omvang van vernietiging wat betreft de strafoplegging. Van strafoplegging in deze zin is geen sprake indien de rechter in h.b. op grond van art. 423.4 Sv de sanctie heeft bepaald m.b.t. de door de rechter in e.a. bewezenverklaarde feiten ter zake waarvan de veroordeling al onherroepelijk is geworden. (Vgl. ECLI:NL:HR:2000:AA5734.) Met een dergelijke beslissing legt het hof immers niet zelf een sanctie op die het passend en geboden acht t.z.v. de feiten die niet aan zijn oordeel onderworpen zijn, maar bepaalt het slechts welk gedeelte van de sanctie(s) geacht moet(en) worden door de eerste rechter te zijn opgelegd t.z.v. de feiten die niet aan het oordeel van het hof zijn onderworpen. (Vgl. ECLI:NL:HR:2010:BK3202.) In een vernietiging ‘wat betreft de strafoplegging’ zijn dan ook niet begrepen beslissingen a.b.i. art. 423.4 Sv. Indien de HR een bestreden uitspraak ‘wat betreft de strafoplegging’ vernietigt, blijft de beslissing in die uitspraak m.b.t. het bepalen van de straf dus in stand. Dat is anders indien de bestreden uitspraak van het hof algeheel wordt vernietigd. In dat geval omvat de vernietiging van die uitspraak ook de in art. 423.4 Sv bedoelde beslissing. Het voorgaande laat overigens de mogelijkheid onverlet dat in cassatie wordt geklaagd over de wijze waarop de rechter in h.b. ex art. 423.4 Sv de sanctie heeft bepaald en dat, indien die klacht slaagt, de HR het arrest van het hof in zoverre partieel vernietigt. Het oordeel van het hof dat i.c. de strafbepaling voor de feiten 3, 4 en 5 na terugwijzing niet meer aan de orde was, is dus juist. Volgt verwerping. Mede n.a.v. vragen die daaromtrent in de rechtspraktijk zijn gerezen, overweegt de HR nog wat vernietiging ‘wat betreft de strafoplegging’ betekent voor beslissingen omtrent een vordering b.p. en de oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. CAG: anders t.a.v. vraag of terugwijzing wat betreft de strafoplegging de strafbepaling mede omvat.
De uitspraak op rechtspraak.nl